Nobody left behind

18-06-2012 00:00

 

Is het aanvaardbaar dat de helft van de jongeren in Antwerpen blijft zitten? Is het gezond voor de samenleving dat een vijfde van de jongens in Vlaanderen zonder diploma moet beginnen aan zijn volwassen leven? Is het geen teken aan de wand dat het aantal spijbelaars elk jaar toeneemt. Vindt u dat leerkrachten dat maar alleen moeten oplossen?

Onderwijs is te belangrijk om dit op zijn beloop te laten. Met mijn boek De school is van iedereen laat ik zien dat het wel anders kan. De cijfers zijn hard, de conclusies onvermijdelijk. Met fatalisme heeft dat weinig te maken. Met het boek wil ik het debat op gang brengen dat onderwijs verdient. Ik doe dit aan de hand van concrete voorstellen, waarbij ik me niet alleen baseer op eigen ervaringen, maar ook op initiatieven van schoolteams uit het Antwerpse en uit de hele wereld. Dat er weerstand komt, was voorspelbaar en is ook goed.

In de reactie van Marc Reugebrink (‘Een school van nobody's', DS 15 juni) lees ik vooral een opinie van een behoudsgezind man met een selectieve en angstaanjagende kijk op de wereld. Gaan zijn beweringen uit van zijn slechte ervaringen met het Nederlandse onderwijssysteem? Daarnaast praat hij in stereotypen en niet over de voorstellen in mijn boek. Volgens hem is zittenblijven goed als het lukt: het geeft hen een succeservaring. De anderen, voor wie zittenblijven niet werkt, mogen gewoon in de kou blijven staan. Reugebrink gaat er iets te gemakkelijk aan voorbij dat wij een groep jongeren hun toekomst ontnemen, wat explosief is voor onze samenleving. Geen enkele keer heeft hij het over de kern van het probleem: dat ons onderwijs vandaag geen antwoord biedt op de toenemende heterogeniteit. In zijn uitzichtloze redenering over kansarme buurten, stelt Reugebrink dat het probleem niet ligt bij onderwijs, maar bij wat de samenleving doet met kansarme buurten. Als we voor alles moeten wachten op verandering van de samenleving, doen we niks. Wat vertel je ondertussen aan kinderen uit die kansarme wijken?

Mijn pleidooi voor digitalisering heeft niks te maken met een pseudo-encyclopedie als wikipedia. Het gaat ook niet over meesurfen op dingen die vandaag hip zijn bij jongeren of de introductie van technische snufjes in onze klassen. De digitale school is geen doel op zich. Ze biedt de hulpmiddelen om op een meer gedifferentieerde manier les te geven. De slimme kinderen zullen meer leren, de zwakkeren zullen ook verder kunnen geraken. Dat kan je niet realiseren met bord en krijt.

De rol van de leerkracht zal onvermijdelijk verschuiven van enige bron van kennis naar een begeleider van leertrajecten. Leerkrachten zullen niet meer het monopolie op kennis hebben in de klas. Dat boezemt blijkbaar angst in. Tot en met de vrees om het eigen monopolie op cultureel kapitaal te verliezen. Ik heb geen schrik van kritische jongeren, ook niet van kritische leerkrachten. Ik heb wel schrik van scholen waar alleen de gemiddelde leerlingen beter van worden en waar de sociale mobiliteit per definitie uitgesloten is. Want zo gaat het eraan toe in ons Vlaams onderwijs – dát zeggen de Oeso-tabellen.

Als we het hebben over een gebrekkige aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, vertaalt Reugebrink dat alsof wij alleen maar kijken naar de noden van het bedrijfsleven. De eerste slachtoffers van de ongekwalificeerde uitstroom zijn de jongeren zelf. Zij krijgen een gevoel van mislukking mee. Dat zijn in de realiteit Reugebrinks' nobody's. Maar de gevolgen dragen we allemaal: de bedrijven die hun vacatures niet ingevuld krijgen, de solidariteit en de sociale zekerheid die eronder lijden.

Zijn hervormingen nodig? Ja. Een meer doeltreffende onderwijsaanpak is nodig. Hij is mogelijk. Niet door te hervormen vanuit een ivoren toren, niet door schoolteams aan hun lot over te laten, niet door vast te houden aan gedateerde methodes. De Antwerpse schoolteams zullen dat met plezier laten zien.

 

 


 

 | Robert Voorhamme